De ware Halfzware uit Friesland

  • Sjors en Sjimmie bij de Baanbrekers (1963)

    Datum:

    Ditmaal bouwen de jongens met behulp van Bill Bougie een eigen autootje. Ze worden lid van de Baanbrekers, de raceclub van Bill, en raken met hun wagentjes in de hachelijkste situaties.

    “Sjors en Sjimmie bij de baanbrekers” is een klassiek album uit de langlopende Nederlandse stripreeks, getekend door Frans Piët. Dit specifieke verhaal is een perfect voorbeeld van de sfeer en de thema’s die de reeks in de jaren ’50 en ’60 kenmerkten.

    Verhaal en Thema
    Het centrale thema van “Bij de baanbrekers” is de naoorlogse wederopbouw en de doe-het-zelfmentaliteit. Sjors, Sjimmie en hun vrienden van de Rebellenclub besluiten om “baanbrekers” te worden. Dit houdt in dat ze een stuk woest land ontginnen om er iets nieuws op te bouwen, zoals een eigen clubhuis, een kamp of een speeltuin.

    De typische verhaallijn omvat:

    1. Het Plan: Sjors komt als de slimme leider met een ambitieus plan.
    2. Samenwerking: De hele Rebellenclub wordt gemobiliseerd. Iedereen heeft een taak en door samen te werken proberen ze hun doel te bereiken.
    3. Tegenslag: Hun project wordt vaak gedwarsboomd door de rivaliserende bende van de Kolonel en zijn “Kraaien”, die proberen de boel te saboteren. Ook hebben ze te maken met praktische problemen, zoals geldgebrek of materiaaltekort.
    4. Vindingrijkheid: Sjors en Sjimmie lossen problemen op met slimme en creatieve oplossingen.
    5. Humor: De humor komt voort uit de situaties, de misverstanden en natuurlijk het kenmerkende, quasi-Engelse taalgebruik van Sjimmie (“Sjimmie niet lullen, Sjimmie doen!”).

    Sfeer en Betekenis
    Het album ademt een sfeer van optimisme, avontuur en vriendschap. Het is een tijdsdocument van de jaren ’50, waarin hard werken, vindingrijkheid en gemeenschapszin hoog in het vaandel stonden. De strip propageerde op een speelse manier de boodschap dat je met doorzettingsvermogen en samenwerking veel kunt bereiken.

    De tekenstijl van Frans Piët is realistisch en gedetailleerd, wat de avonturen een geloofwaardig karakter geeft.

  • Sjors en Sjimmie naar de Pintoplaneet (1965)

    Datum:

    Sjors en Sjimmie zijn op de kermis en gaan een ritje maken in een ruimtecabine. De cabine schiet los en verdwijnt in de ruimte. Na een lange reis landen Sjors en Sjimmie op de Pintoplaneet, waar ze de vreemdste avonturen beleven. Professor Stieltjes, Liselotje en haar vader gaan Sjors en Sjimmie achterna en uiteindelijk komt het gezelschap weer heelhuids op aarde aan. Van de Pintoplaneet hebben Sjors en Sjimmie twee dingen meegenomen, een knoppenbordje waarmee je kunt vliegen en jezelf onzichtbaar kan maken en een echte vliegende schotel.

    Franciscus Antonius Hendricus (Frans) Piët (Haarlem, 17 februari 1905 – aldaar, 5 januari 1997) was een Nederlandse striptekenaar. Hij is vooral bekend omdat hij van 1938 tot 1968 de vaste tekenaar was van Sjors en Sjimmie.

    Piët liet Sjors en diens vriendjes allerlei kwajongensstreken uithalen en had een groot succes met zijn creatie. In de Tweede Wereldoorlog kwam echter een voorlopig einde aan dit succes. De Duitse bezetter verbood de bladen waarin Sjors verscheen. Na de oorlog verving Piët de rebellenclub door het jongetje Sjimmie, waarmee hij zijn eerdere creatie van Simmy deed herleven (Simmy en Wo-Wang, over een donker jongetje en zijn Chinese vriendje). Sjors en Sjimmie werden zeer populair in het naoorlogse Nederland. Hoewel Piët nog andere strips tekende (Uit de luierjaren van Sjors (1950-1954), Streken van een Kleine Strop (1950-1954) en de vedettestrip TiTa Tovenaar (1974)), bleef hij tot zijn pensionering onlosmakelijk verbonden aan Sjors en Sjimmie. Pas in 1969 gaf hij zijn penseel symbolisch over aan Jan Kruis, die de strip zou moderniseren.


    Frans Piët overleed in 1997 aan de gevolgen van een hersenbloeding.

    Nederlands – Softcover – 1965 – 104 pagina’s

    ISBN: geen

    Druk: 1e druk

    Staat: Redelijk

    Uitgever: De Spaarnestad

  • Sjors en Sjimmie – De geheimzinnige duikboot (1966)

    Datum:

    Terug van de Pintoplaneet besluiten Sjors en Sjimmie mee te gaan doen aan een motorbootrace op de Minasoussarivier. Ze verbouwen de vliegende schotel en doen aan de race mee, maar missen het keerpunt en komen op volle zee terecht. Hun boot blijft steken op een duikboot die hen terug wil brengen maar ze iedere keer in een verkeerd land aan wal zet. Zo geraken ze achtereenvolgens in Engeland, bij de Eskimo’s en in New York.

    tekeningen: Frans Piët
    tekst: Frans Piët
    uitgave: De Spaarnestad – 1966
    20,4 x 27,9 cm
    softcover, 100 pagina’s, kleur