Natuurlijk wilden Sjors en Sjimmie na al hun wederwaardigheden weleens echt vakantie houden. Ze maakten een prachtig plan en pakten hun koffers. Maar van heerlijk luieren zou niet veel komen. Ze zaten nauwelijks in de trein of het avontuur hand hen weer te pakken. Ook daarover wordt in dit boek verteld. De vele lezertjes, die handig met kleurkrijt weten om te gaan, kunnen ook deze keer hun hart weer ophalen. Veel plezier!
Uitvinder vraagt 2 flinke jongens voor proeven’ lezen Sjors en Sjimmie op een dag in de krant. Ze besluiten het baantje te nemen en gaan naar de uitvinder, J.A. Vonst, die een tijdmachine ontworpen heeft en de twee jongens als proefkonijn wil gebruiken.
Op een dag vinden Sjors en Sjimmie een fles op het strand met een brief erin met Afrikaanse tekens. Gelukkig kan Sjimmie de tekens lezen en ze komen tot de ontdekking dat de vinder van die brief naar Afrika moet om geschenken in ontvangst te nemen. Daar ze geen geld voor de reis hebben gaan ze als verstekeling aan boord van een schip dat een piratenschip blijkt te zijn. Ze lijden schipbreuk en spoelen op Afrika aan. Daar ontmoeten ze Sjimmie’s vader en moeder en gaan per scooter naar het zuiden waar een oom van Sjors een diamantmijn heeft en waar ze, na eerst nog tweemaal in een politiecel gezeten te hebben, uiteindelijk aankomen.
tekeningen: Frans Piët
tekst: Frans Piët
uitgave: De Spaarnestad – 1961 20,4 x 27,9 cm
softcover, 104 pagina’s, om en om pagina’s in kleur en zwart/wit
Wat een vervelende toestand in Minasoussa! De mensen lijden er aan een gevaarlijke en raadselachtige ziekte: de bibberziekte. Sjors en Sjimmie besluiten het nodige geld bijeen te brengen, zodat iedereen weer beter kan worden, maar daardoor komen ze terecht in een reeks spannende avonturen.
Ditmaal bouwen de jongens met behulp van Bill Bougie een eigen autootje. Ze worden lid van de Baanbrekers, de raceclub van Bill, en raken met hun wagentjes in de hachelijkste situaties.
“Sjors en Sjimmie bij de baanbrekers” is een klassiek album uit de langlopende Nederlandse stripreeks, getekend door Frans Piët. Dit specifieke verhaal is een perfect voorbeeld van de sfeer en de thema’s die de reeks in de jaren ’50 en ’60 kenmerkten.
Verhaal en Thema Het centrale thema van “Bij de baanbrekers” is de naoorlogse wederopbouw en de doe-het-zelfmentaliteit. Sjors, Sjimmie en hun vrienden van de Rebellenclub besluiten om “baanbrekers” te worden. Dit houdt in dat ze een stuk woest land ontginnen om er iets nieuws op te bouwen, zoals een eigen clubhuis, een kamp of een speeltuin.
De typische verhaallijn omvat:
Het Plan: Sjors komt als de slimme leider met een ambitieus plan.
Samenwerking: De hele Rebellenclub wordt gemobiliseerd. Iedereen heeft een taak en door samen te werken proberen ze hun doel te bereiken.
Tegenslag: Hun project wordt vaak gedwarsboomd door de rivaliserende bende van de Kolonel en zijn “Kraaien”, die proberen de boel te saboteren. Ook hebben ze te maken met praktische problemen, zoals geldgebrek of materiaaltekort.
Vindingrijkheid: Sjors en Sjimmie lossen problemen op met slimme en creatieve oplossingen.
Humor: De humor komt voort uit de situaties, de misverstanden en natuurlijk het kenmerkende, quasi-Engelse taalgebruik van Sjimmie (“Sjimmie niet lullen, Sjimmie doen!”).
Sfeer en Betekenis Het album ademt een sfeer van optimisme, avontuur en vriendschap. Het is een tijdsdocument van de jaren ’50, waarin hard werken, vindingrijkheid en gemeenschapszin hoog in het vaandel stonden. De strip propageerde op een speelse manier de boodschap dat je met doorzettingsvermogen en samenwerking veel kunt bereiken.
De tekenstijl van Frans Piët is realistisch en gedetailleerd, wat de avonturen een geloofwaardig karakter geeft.
Sjors en Sjimmie zijn op de kermis en gaan een ritje maken in een ruimtecabine. De cabine schiet los en verdwijnt in de ruimte. Na een lange reis landen Sjors en Sjimmie op de Pintoplaneet, waar ze de vreemdste avonturen beleven. Professor Stieltjes, Liselotje en haar vader gaan Sjors en Sjimmie achterna en uiteindelijk komt het gezelschap weer heelhuids op aarde aan. Van de Pintoplaneet hebben Sjors en Sjimmie twee dingen meegenomen, een knoppenbordje waarmee je kunt vliegen en jezelf onzichtbaar kan maken en een echte vliegende schotel.
Franciscus Antonius Hendricus (Frans) Piët (Haarlem, 17 februari 1905 – aldaar, 5 januari 1997) was een Nederlandse striptekenaar. Hij is vooral bekend omdat hij van 1938 tot 1968 de vaste tekenaar was van Sjors en Sjimmie.
Piët liet Sjors en diens vriendjes allerlei kwajongensstreken uithalen en had een groot succes met zijn creatie. In de Tweede Wereldoorlog kwam echter een voorlopig einde aan dit succes. De Duitse bezetter verbood de bladen waarin Sjors verscheen. Na de oorlog verving Piët de rebellenclub door het jongetje Sjimmie, waarmee hij zijn eerdere creatie van Simmy deed herleven (Simmy en Wo-Wang, over een donker jongetje en zijn Chinese vriendje). Sjors en Sjimmie werden zeer populair in het naoorlogse Nederland. Hoewel Piët nog andere strips tekende (Uit de luierjaren van Sjors (1950-1954), Streken van een Kleine Strop (1950-1954) en de vedettestrip TiTa Tovenaar (1974)), bleef hij tot zijn pensionering onlosmakelijk verbonden aan Sjors en Sjimmie. Pas in 1969 gaf hij zijn penseel symbolisch over aan Jan Kruis, die de strip zou moderniseren.
Frans Piët overleed in 1997 aan de gevolgen van een hersenbloeding.
Terug van de Pintoplaneet besluiten Sjors en Sjimmie mee te gaan doen aan een motorbootrace op de Minasoussarivier. Ze verbouwen de vliegende schotel en doen aan de race mee, maar missen het keerpunt en komen op volle zee terecht. Hun boot blijft steken op een duikboot die hen terug wil brengen maar ze iedere keer in een verkeerd land aan wal zet. Zo geraken ze achtereenvolgens in Engeland, bij de Eskimo’s en in New York.
tekeningen: Frans Piët tekst: Frans Piët uitgave: De Spaarnestad – 1966 20,4 x 27,9 cm softcover, 100 pagina’s, kleur
Dit model is officieel bekend als de Matchbox Series No. 13d Dodge Wreck Truck. Het is een van de meest herkenbare en geliefde Matchbox-modellen uit de “Regular Wheels” periode.
Kenmerken:
Model: Gebaseerd op een Amerikaanse Dodge Wreck Truck (takelwagen).
Productieperiode: Ongeveer van 1965 tot 1969.
Kleurstelling: Een zeer kenmerkende combinatie:
Cabine en chassis: Heldergroen.
Kraanarm (jib): Geel.
Haak: Meestal van metaal, soms zwart plastic.
Opschriften (Decals/Labels):
Op de deuren staat een rond, geel logo met daarin de letters “BP” in het groen.
Onder het logo staat vaak de tekst “24 HR SERVICE”.
Verzamelwaarde: Dit is een zeer veelvoorkomend model, dus de waarde hangt enorm af van de staat. Een model in perfecte staat (“mint”) met het originele doosje is aanzienlijk meer waard dan een bespeeld exemplaar zonder doosje. De versie met grijze wielen is doorgaans iets zeldzamer en gewilder.
2. De BP Autotanker (Major Pack No. M-1)
Dit model is officieel de Matchbox Major Pack M-1, de “BP” Autotanker. De “Major Packs” waren grotere, vaak gelede voertuigen die niet in de standaard 1-75 serie pasten. Deze tanker was een van de eerste en meest succesvolle modellen in die lijn.
Kenmerken:
Model: Een trekker-oplegger combinatie. De trekker (tractor unit) is gebaseerd op een AEC Mammoth Major.
Productieperiode: Vanaf circa 1960 en liep vele jaren door, met verschillende variaties.
Kleurstelling: Consistent met de BP-huisstijl:
Trekker: Groen.
Tanker (oplegger): Geel.
Chassis: Meestal zwart of groen.
Opschriften (Decals/Labels):
Op de zijkanten en achterkant van de gele tank staat een groot “BP” schildlogo.
Soms staat er ook een kleiner BP-logo op de voorkant van de grill van de trekker.
Constructie:
De trekker en de oplegger kunnen van elkaar losgekoppeld worden.
Het model is aanzienlijk groter en zwaarder dan de standaard Matchbox-auto’s, wat het een imposant stuk speelgoed maakte.
Wielen: Net als bij de takelwagen zijn er verschillende wielvarianties, afhankelijk van het productiejaar. De meeste versies hebben zwarte plastic wielen.
Verzamelwaarde: Dit is een zeer populair verzamelobject. Exemplaren in nieuwstaat, en vooral die met de originele, onbeschadigde kartonnen doos, zijn zeer gewild en kunnen een flinke waarde hebben. Variaties in de decals (papieren stickers vs. water-slide decals) en het type koppeling tussen trekker en oplegger kunnen ook van invloed zijn op de waarde voor de serieuze verzamelaar.
Samenvattend
Beide modellen vertegenwoordigen de “gouden eeuw” van Matchbox. Ze waren robuust, hadden een realistische uitstraling (voor die tijd) en de BP-kleurstelling maakte ze visueel erg aantrekkelijk. Ze waren niet alleen populair speelgoed in de jaren ’60, maar zijn nu geliefde en iconische stukken in veel diecast-verzamelingen.
De Matchbox Kingsize K-8 Gele Autotransporter is een iconisch model uit de jaren 60 en 70, geproduceerd door Lesney. Dit grote, robuuste model bestaat uit een Scammell 6×6 trekker en een opvallende gele dubbeldeks oplegger, ontworpen om de kleinere auto’s uit de Matchbox 1-75 serie te vervoeren.
Een kenmerkende functie was het scharnierende bovenste dek, dat omlaag kon worden gebracht om het laden en lossen van de speelgoedauto’s te vergemakkelijken. Dankzij zijn indrukwekkende formaat, speelwaarde en felle kleur is de K-8 een geliefd verzamelobject geworden, vol nostalgie voor velen.
Voordat je de code uploadt, sluit je de componenten als volgt aan:
De lange poot van een LED (de anode, +) verbind je met een digitale PWM-pin van de Arduino via een 220Ω weerstand.
De korte poot van een LED (de kathode, -) verbind je met de GND (ground) van de Arduino.
Op een Arduino Uno/Nano zijn de PWM-pinnen gemarkeerd met een tilde (~), bijvoorbeeld pinnen 3, 5, 6, 9, 10, 11. We gebruiken pin 13 en 14 in dit voorbeeld.
Aansluitschema:
LED 1: Arduino Pin ~13 → 220Ω Weerstand → Lange poot LED 1 → Korte poot LED 1 → Arduino GND
LED 2: Arduino Pin ~14 → 220Ω Weerstand → Lange poot LED 2 → Korte poot LED 2 → Arduino GND
Stap 2: De Arduino Code
/*
Arduino Code om twee LED's te dimmen met PWM (Pulse Width Modulation)
De LED's zullen een "ademend" effect vertonen (fade in en fade out).
*/
// Definieer de pinnen waar de LED's op zijn aangesloten.
// Zorg ervoor dat dit PWM-pinnen zijn (gemarkeerd met ~ op de Arduino).
const int ledPin1 = 13;
const int ledPin2 = 14;
// Variabelen om de snelheid van het dimmen te bepalen.
int fadeDelay = 10; // Vertraging in milliseconden tussen elke stap.
void setup() {
// Stel de LED-pinnen in als OUTPUT.
// Dit is nodig om een signaal naar de LED's te kunnen sturen.
pinMode(ledPin1, OUTPUT);
pinMode(ledPin2, OUTPUT);
analogWrite(ledPin1, 0);
analogWrite(ledPin2, 0);
}
void loop() {
// LED 1 wordt feller,
for (int brightness = 0; brightness <= 255; brightness++) {
analogWrite(ledPin1, brightness); // Gaat van 0 naar 255
delay(fadeDelay);
}
// LED 1 dimt
for (int brightness = 255; brightness >= 0; brightness--) {
analogWrite(ledPin1, brightness); // Gaat van 255 naar 0
delay(fadeDelay);
}
// LED 2 wordt feller
for (int brightness = 0; brightness <= 255; brightness++) {
analogWrite(ledPin2, brightness); // Gaat van 0 naar 255
delay(fadeDelay);
}
// LED 2 dimt
for (int brightness = 255; brightness >= 0; brightness--) {
analogWrite(ledPin2, brightness); // Gaat van 255 naar 0
delay(fadeDelay);
}
}
Stap 3: Uitleg van de Code
const int ledPin1 = 13; Hier definiëren we een constante variabele ledPin1 met de waarde 13. Dit maakt de code leesbaarder en makkelijker aan te passen als je een andere pin wilt gebruiken. Hetzelfde geldt voor ledPin2.
int fadeDelay = 10; Dit bepaalt de snelheid van het faden. Een hogere waarde (bv. 20) maakt het faden langzamer, een lagere waarde (bv. 5) maakt het sneller.
void setup() Deze functie wordt één keer uitgevoerd wanneer de Arduino opstart.
pinMode(ledPin1, OUTPUT); vertelt de Arduino dat pin 13 een output-pin is, zodat we er stroom naartoe kunnen sturen.
void loop() Deze functie wordt continu herhaald zolang de Arduino stroom heeft.
Eerste for-loop (Fade In):
for (int brightness = 0; brightness <= 255; brightness++) start een teller genaamd brightness bij 0 en telt deze in elke stap met 1 op, totdat 255 is bereikt.
analogWrite(ledPin1, brightness); Dit is de kern van het dimmen. analogWrite() stuurt een PWM-signaal naar de pin. De waarde brightness (tussen 0 en 255) bepaalt de “duty cycle” van het signaal. Een waarde van 0 betekent dat de LED uit is, 128 betekent half vermogen, en 255 betekent volledig aan.
delay(fadeDelay); pauzeert het programma voor het aantal milliseconden dat is ingesteld in fadeDelay, waardoor het faden soepel en zichtbaar wordt.
Tweede for-loop (Fade Out):
Deze loop doet hetzelfde, maar telt nu terug van 255 naar 0, waardoor de LED’s weer langzaam uitgaan.